top of page

Speuren naar de ‘Enclos du Temple’



Auteur: Jan Hosten


Het meest tot de verbeelding sprekende bouwsel van de tempeliers is ongetwijfeld de Temple of de Enclos du Temple in Parijs. De ridders bouwden het complex vanaf 1240, tijdens de regering van de franse koning Lodewijk IX de Heilige of Saint-Louis, op een drooggelegd terrein buiten de muren van het 13e eeuwse Parijs. Dit gebied vinden we vandaag terug in het 3e arrondissement van Parijs, het zogenaamde arrondissement du Temple.


Deze Villeneuve-du-Temple verving het oude huis van orde – de Vieux Temple – die binnen de muren van de oude stad lag. De Enclos werd het hoofdkwartier van de tempelorde in Frankrijk en het absolute machtscentrum van de orde in het Westen. Het complex bestond uit een indrukwekkende donjon, de Tour du Temple en een tweede defensieve toren, de zogenaamde Tour de César. Er was verder een grote kerk met kerkhof, een kapel, kloostergebouwen, stallen en schuren. Het hele gebied werd beschermd door een hoge muur met torens en een inkompoort.



Afb. 1 - Het 3e arrondissement van Parijs in het rood aangeduid.


De hoge muur uit de tijd van de tempeliers werden vanaf de 17e eeuw opgeslorpt door winkels en huizen die ertegenaan gebouwd werden. De Franse revolutie gaf de doodsteek aan het domein dat voor de Hospitaalridders tot in 1789 de Grootpriorij van Frankrijk was geweest. Het hoogste gebouw, de Tour du Temple werd tijdens de Franse revolutie ingericht als gevangenis. Van 1792 tot 1793 werden Lodewijk XVI en zijn familie er opgesloten. De jonge Lodewijk XVII stierf er in verdachte omstandigheden. Napoleon Bonaparte liet de toren afbreken, omdat het een pelgrimsoord voor royalisten was geworden. De afbraak nam twee jaar in beslag. In 1853 was de afbraak van het domein voltooid en verdween het laatste spoor van de tempeliers in Parijs.


Afb. 2 – De Enclos du Temple, ca. 1450. Reconstructie door Hoffbauer – Musée Carnavalet.


Op de afbeelding hierboven zien we de Enclos du Temple met van links naar rechts: de rechthoekige Tour de César, de imposante Tempelkerk en de vierkante Tour du Temple met een conische spits en vier hoektorens.


In het straatbeeld herinnert er weinig aan de tempeliers, of aan hun opvolgers de Hospitaalridders. Drie straatnamen in het 3e en 4e arrondissement, de locatie van de Enclos du Temple, verwijzen naar de vroegere bewoners: de Rue du Temple, de Rue Vieille-du-Temple en de Rue des Blancs-Manteaux. In de Rue Eugène Spuller werden de contouren van enkele torens op de straat aangeduid. Op de locatie van de Enclos kan je nu het metrostation ‘Temple’ vinden, als halte tussen Villiers en Père Lachaise. Verder heb je de ‘Carreau du Temple’, een overdekte marktplaats uit de 19e eeuw, die momenteel gerenoveerd wordt. Daarnaast is er een 7.700 m² grote tuin, de ‘Square du Temple’, die een groot deel van het voormalig tempeldomein omhelst. Op deze plaats stond de Tour du Temple.


Afb. 3 – Rue Eugène Spuller


De Tour du Temple was de donjon van het tempeldomein. De toren werd in 1222 gebouwd in opdracht van broeder Hubert, de schatbewaarder van de tempeliers, die ook het logis van de commanderij had laten bouwen. Volgens de 16e eeuwse historiograaf Jean-Aimar Piganiol de La Force, was dit het meest solide gebouw van Frankrijk. De toren was zodanig kloek gebouwd, dat het zeshonderd jaar lang, op het dak na, nauwelijks restauratie nodig had. Op de eerste verdieping hielden eerst de tempeliers, en na hen de Hospitaalridders, hun kapittel. Later werden de Charters van Frankrijk en de Franse schatkist er bewaard en kreeg het diverse andere functies. Maar vooral de gevangschap van Lodewijk XVI en zijn familie spreekt vandaag nog tot de verbeelding. Zoals hierboven al gemeld, werd de toren aan het begin van de 19e eeuw afgebroken in opdracht van Napoléon Bonaparte. Tot op vandaag werden geen sporen blootgelegd.



Afb. 4 - De Tour du Temple, Destailleur, Hippolyte (1822-1893),

  BNF Richelieu Estampes et photographie Rés. Destailleur Paris,

t. 6 , n. 1260 recto . microfilm A029876 . cliché 71C49576


De fundamenten van Frankrijks fierste toren, liggen nu vredig onder de graszoden van het 19e eeuws park, de Square du Temple. Archeologisch onderzoek zou ons heel wat informatie over de constructie kunnen verschaffen, maar de kans dat dit in de nabije toekomst gebeurt is zo goed als onbestaande.


Toch is er ten minste een relict bewaard gebleven. Een zware dubbele toegangspoort in het kasteel van Vincennes is afkomstig uit de Tour du Temple.


Afb. 5 – Een poort, afkomstig uit de Tour

du Temple. Chateau de Vincennes.


Over de Tour de César zijn minder details bekend. In tegenstelling tot de Tour du Temple, die een zwart dak had, was dit bouwsel voorzien van rode dakpannen. Opmerkelijk is dat beide torens witgekalkt waren, iets wat op reproductiefoto’s vaak niet weergegeven wordt. Deze toren was minder robuust dan de Tour du Temple en verdween met veel minder moeite uit de skyline van Parijs.


Afb. 6 – De Enclos du Temple in ca. 1450. Gravure uit ‘The House of the Temple’. De Tour de César staat uiterst links.


De enige ingang tot het domein werd bewaakt door een magistrale inkompoort, ook wel de Bastide du Temple genoemd. Er was een centrale poort met ophaalbrug, beschermd door een kleine gracht. De ingang was aan beide zijden geflankeerd door een toren met spitsdak. Boven de poort was er een wachtersruimte met schietgaten voor boogschutters. De poort bleef intact tot in de 18e eeuw, maar werd toen vervangen door een groot, drie verdiepingen tellend gebouw met een doorgang naar de Enclos.


Afb. 7 – Het originele poortgebouw. Copyright. C. Staf, templiers.org . Afb. 8 – Het poortgebouw in 1789. Gravure uit ‘The House of the Temple’


Een van de meest markante bouwwerken van de tempeliers was hun kerk in Parijs, de Sainte Marie du Temple. Deze, aan de Heilige Maagd opgedragen kerk, had een rond schip, naar het voorbeeld van de Heilige Grafkapel in Jeruzalem. Deze Rotonde du Temple zou al in 1140 het daglicht gezien hebben, toen de tempeliers voor het eerst naar Parijs kwamen.



Afb.  8 – De Tempelierskerk van Parijs naar Henri de Curzon


Deze ronde kerk doet denken aan de Temple Church in the New Temple van Londen, al is het exemplaar van Parijs in zijn grootte en structuur uniek. Aan dit ronde schip werd later nog een schip toegevoegd, net als een koor, zes kapellen, een absis, een sacristie en een toren. Een nieuwe toegangspoort leidde de gelovigen in stijl de rotonde binnen. De rotonde zelf werd in de 13e eeuw niet meer gebruikt, maar diende als doorgangsruimte. De aankleding was sober en benadrukte de sereniteit die de broeders aan de dag legden. Vanaf de 14e eeuw, toen de Hospitaalridders het oude Tempeldomein in handen kregen, werd de kerk grondig gerenoveerd. Soms was dat wel erg ingrijpend. Nog voor de Franse revolutie werden o.m. een schilderij van de Duitse schilder Albrecht Dürer en een antiek beeld van Mozes uit de kerk verwijderd, objecten die nu van onschatbare waarde zouden zijn. De kerk was in 1789 echter nog steeds een opslagruimte van kunstobjecten en relieken. De muren van de kerk waren manshoog versierd met gesculpteerde houten panelen. Daarboven hingen schilderijen van alle grootmeesters van het Hospitaal. Onder het altaar uit de 18e eeuw lag het lichaam van een maagd-martelaar, overgebracht vanuit de catacomben van Rome. In een van de kapellen hing een enorm schilderij van het beleg van Malta. De vloer van de kerk was bezaaid met honderden grafstenen van ridders en religieuzen uit de periode van de Hospitaalridders. Bijna alle commandeurs van huizen die ondergeschikt waren aan Parijs, werden na hun overlijden in de Sainte Marie du Temple bijgezet. Hun lichaam werd opgehaald door een vertegenwoordiger van de Groot-Priorij, die de hospitaalridder in zijn habijt wikkelde en naar Parijs overbracht. De grootpriors zelf werden bijgezet rond het altaar of in een van de kapellen die tegen het schip waren aangebouwd. Als een groot-prior het tot grootmeester had geschopt, dan werd er voor hem een grafmonument opgericht. Het lichaam van zo’n grootmeester werd dan begraven in het hoofdkwartier van de orde, eerst was dat in Rhodos, later in Malta. Het hart van de grootmeester werd bijgezet in het monument in Parijs.

In de sacristie bewaarden de Hospitaalridders, en voor hen de Tempeliers, hun kerkschatten. Zo was er een groot zilveren kruis en een schilderij van Sint-Jan, dat door grootmeester Villiers de l’Isle Adam uit Rhodos was meegebracht. Verder bewaarden de broeders er fragmenten van het Ware Kruis of het Heilige Kruis en relieken van talloze heiligen. Een van de meest vreemde objecten was een zilver munt, waarvan gezegd werd dat het een van de dertig munten was waarvoor Judas Christus had verkocht. Een overzicht van alle relieken zou ongetwijfeld boeiende lectuur vormen, maar dit zou ons te ver leiden.


De vernieling. Tijdens de Franse revolutie werden alle goederen van de clerus in Parijs aangeslagen. Ook het domein van de tempeliers en de Hospitaalridders. Het stevende recht op de vernieling af. De muren van het domein werden gesloopt en er werden wegen aangelegd, dwars door het Tempeldomein heen. De gevangenen uit grote toren werden overgeplaatst naar de donjon van Vincennes. Op 16 maart 1808 werd het sloopbevel uitgeschreven, in 1811 ging het finaal tegen de vlakte. De archieven van de orde van Malta of de Hospitaalridders van Sint-Jan waren dan al ten dode opgeschreven. Toen de toren ingericht werd als staatsgevangenis, had men de zorgvuldig bewaarde perkamenten naar boven gesleept, tot onder het dak. De documenten die de broeders zo zorgvuldig hadden bijgehouden, stonden nu bloot aan weer en wind. Een zekere Camus, die een leidinggevende functie had in het bestuur van de Franse republiek, schreef in zijn rapport dat hij uit zo’n 1.500 documenten de eigendomstitels en de belangrijke historische stukken sorteerde. De rest was voer voor de vlammen. Wat overbleef werd nog voor het slopen van de toren naar het Louvre overgebracht. Deze documenten worden vandaag bewaard in de Archives Nationales de Paris.

De kerk viel bij het begin van de revolutie ten prooi aan plunderaars. De graven van de ridders waren opengebroken en de beenderen lagen verspreid over de kerkvloer. Zelfs het lijk van Pierre André de Suffren, dat nog niet volledig verteerd was, werd niet gespaard.  Suffren was een briljant admiraal die pas op latere leeftijd tot de orde toetrad. Tot aan zijn dood was hij de vertegenwoordiger van de orde van Malta aan het Franse hof.  Hij was eind 1788 overleden en bij zijn grafschennis nog goed herkenbaar : ‘En 1793, ses restes furent jetés sur un tas d’ordures, comme le corps de Mirabeau chassé du Panthéon de Paris.’ De loden grafkisten van de dignitarissen van het Hospitaal werden geleegd en hersmolten tot kogels.



Afb. 9 – Suffren, de bailli van de orde van Malta in Parijs.


In 1791 werd Alexandre Lenoir door de gedeputeerden van de republiek aangesteld om een deel van de beelden en graftombes uit kerken en kloosters op te slaan in het Couvent des Petits-Augustins. Vier jaar later opende Lenoir zijn Musée des monuments français, een museum over de franse beeldhouwkunst. De collectie van het museum werd opgeslorpt door het Louvre (1824) en het Musée de Versailles (1836). Wat restte van Lenoirs collectie werd aan het einde van de 19e eeuw op aangeven van Viollet-le-Duc in een nieuw Musée de la Sculpture ondergebracht. Vandaag heet dit museum het Cité de l'architecture et du patrimoine. Lenoir heeft bij de afbraak van de Tempelierskerk van Parijs grafstenen, sculpturen en glasramen van de sloophamer gered. Misschien is een deel van deze collectie vandaag terug te vinden in het Louvre, in Versailles of in het Cité de l’architecture et du patrimoine.


Het paleis van de orde van Malta was het laatste gebouw van de Temple die tegen de vlakte ging. In 1853 waren alle stenen van de tempeliers en de Hospitaalridders uit het Parijse straatbeeld verdwenen. Maar achter de muren van een onopvallende woning aan de Rue Charlot nummer 73, schuilt een restant van een van de torens die ooit de muur van de Temple flankeerde. De toren kwam in 2009 terug boven water, bij verbouwingswerken aan het pand. De eigenaars bewaarden dit uiterst zeldzaam relict en zijn bereid het open te stellen voor het publiek op speciale gelegenheden.



Afb. 10 (links) - Toren van de enclos du Temple in de rue Charlot, nr. 73. Foto: Image Benjamin Didier

Afb. 11 (rechts) - De woning in de Rue Charlot. Door de hekken kan u de toren zien.Foto: Image Benjamin Didier


In 2003 werd er een archeologisch vooronderzoek verricht in de Carreau du Temple, de overdekte markt die bovenop het kerkhof van de tempeliers en de Hospitaalridders werd gebouwd. Dit leverde een mooi resultaat op, het absis van de Tempelierskerk werd teruggevonden, net als 600 graven uit een periode van de 12e tot en met de 17e eeuw. Het onderzoek werd in 2009 heropgestart. De opgravingen gebeuren onder leiding van Didier Busson, directeur scientifique du projet au département d’histoire de l’architecture et archéologie de la Ville de Paris. In 2013 opent de gerenoveerde evenementenhal. In de ondergrondse verdieping is er een permanente tentoonstelling over de tempeliers en hun vestiging in Parijs.


Ten slotte, als u een mooi beeld wil krijgen van het voormalige tempeldomein, dan kan u de 18e eeuwse maquette gaan bekijken in het Musée Carnavalet van Parijs. Zo zag het domein eruit aan de vooravond van de Franse Revolutie.





Afbeeldingen 12, 13 en 14. Anoniem. Maquette van de Enclos du Temple, 1783. Modell. Paris, Musée Carnavalet, Inv. PM 2


Geraadpleegde literatuur:


De Curzon H., La Maison du Temple de Paris, Histoire et Description. Paris: Hachette, 1888, 356 p.

Ryan F.W., The House of the Temple – A Study of Malta and its Knights in the French Revolution. London: Burns Oates and Washbourne Limited, 1930, 358 p. (Herdruk uit 1998 door Valetta Publishing in Malta)

152 weergaven2 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

2 comentarios


Mooi en leerrijk geschreven. Bedankt

Me gusta

Perfekter Beitrag! Klar, kurz und gut illustriert.

Me gusta
bottom of page